Nu doneren
<- terug naar overzicht

Jetze Plat : op weg naar Goud in Rio

Z’n naam groeit, in het sportlandschap. ,,Ik wil mensen graag laten zien wat het is. De Paralympische sport heeft een enorme vlucht gemaakt. Inmiddels ligt de focus, richting Rio, fulltime op topsport. Afgelopen jaar hikte ik er eigenlijk tegenaan, dat ik op zich alles heel goed voor elkaar had. Qua mensen om me heen die me helpen, de uitstraling, ik was m’n eigen merk een beetje aan het creëren, maar de echte topresultaten bleven – behalve het winnen van één World Cup – uit. Kortom, het verhaal was nog niet zo sterk.”

,,Dit jaar heb ik bevestigingen gekregen, door middel van die resultaten.” Het gemaakt verschil ontstond met name door gesprekken met andere grootheden uit de (valide) sport. ,,Kees van Breukelen is de stichter geweest van wat ik ben geworden. Hij trainde mij, maar liet mij het ontdekken en uitdenken. Kees zei ook dat ik een team om me heen moest verzamelen. Zo kwam ik in aanraking met trainer Guido Vroemen. Uit evaluaties met Guido bleek dat ik veel meer deed of reed dan was opgegeven. Ik wilde altijd bewijs leveren vanuit de gedachte dat als ik meer deed, dat ook beter was. Uiteindelijk mocht ik via Chef de Mission André Cats bij zwemcoach Marcel Wouda op gesprek. Dat werd een eye-opener.”

,,Daaruit kwam ook dat het qua trainingsschema’s allemaal klopte, maar de communicatie verbeterd moest worden. Dat ik ook feedback durfde te geven. Dat wanneer ik een mindere dag had, ik dat ook durfde aan te geven, in plaats van mezelf voorbij trainde. Da’s een belangrijke stap vooruit geweest. Ik moest nog meer vertrouwen op de personen in m’n team, maar ik ben zelf degene die het moet doen.”

De kentering kwam op het juiste moment voor Plat, die als jonge sporter met potentie de Paralympische Spelen van Peking in 2008 mocht bezoeken. ,,Ik zag daar de Zuid-Afrikaan Ernst van Dijk op machtige wijze op de handbike winnen. Hij was toen mijn voorbeeld en nu race ik tegen hem. Dan leer je hem op een andere manier kennen en het is absoluut mijn voorbeeld niet meer. Het is een absolute topsporter, die alles heeft gewonnen, maar als concurrent vind ik hem arrogant en onsportief. Ik heb ook tegen m’n ouders gezegd: als ik zo word als Van Dijk, dan moeten jullie me even onderdompelen in de sloot. Hoe is anders is zijn contact met de Paralympisch kampioen van 2012 in Londen, de Italiaan Allesandro Zanardi, de voormalige Formule 1-coureur. ,,Met hem heb ik goed contact. Zanardi is een complete atleet én mens.”

Binnen het paracycling-team is sprake van interne selectiecriteria, als het gaat om het vergeven van de startplekken voor de Spelen in Rio. Voor de handbikers ligt er waarschijnlijk maar één ticket klaar. ,,Gelukkig heb ik op de laatste World Cups en op het WK hard kunnen rijden. Vooraf was bekend dat je goud of zilver moest halen op het WK om zekerheid te hebben dat je straks naar Rio gaat. Ik bleef in Zwitserland na een slopende strijd over met Allesandro Zanardi. Op de laatste klim zou de beslissing vallen. Met ruim 80 km per uur de afdaling in en we gaven elkaar geen centimeter. Na een bloedstollend spannende finale werd ik heel nipt op waarde geklopt. Ongelofelijk zuur dat ik niet won, zo dichtbij was ik nog nooit en had het heel graag af willen maken. Wel had ik voor mezelf alles goed gedaan in de race, geen foutje gemaakt.”

Half september volgde het WK in die andere discipline, de paratriathlon. ,,’Chicago’ kon me even gestolen worden na het nieuws van m’n moeder, maar die heeft wel tien keer gezegd dat ik gewoon moest gaan. Vervolgens ontspon zich daar een wedstrijd die ik eigenlijk niet meer kon verliezen, zo goed lag ik. Maar door brute pech reed ik onverklaarbaar twee keer lek met m’n fiets en moest ik de tweede keer zelfs acht kilometer doorrijden met een lekke band. Om te kwalificeren moet ik me straks uiteindelijk bij eerste 7 van de wereldranking scharen en dat moet normaal wel lukken.”

Aan het einde van een veelbewogen seizoen. ,,Het is wel heel gaaf dat ik dit jaar in Rio op twee onderdelen om de medailles mag gaan strijden. Je gaat voorafgaand aan dit jaar toch een route in die onzeker is; ik heb zelf ook altijd geroepen: hoe kun je nou twee sporten op je best doen, dat kan bijna niet? Maar ik heb zelf altijd geloofd dat deze sporten elkaar versterken”

Ik zal de wedstrijdloze tijd gebruiken om ook veel voor m’n ouders te doen. Verder wijkt normaal gesproken alles voor de topsport. Ik heb sinds tweeënhalf jaar een vriendin en ben geen gemakkelijk persoon om mee te leven. Maar zij zit zelf met shorttrack tegen topsport aan, dus ze weet wat veel trainen inhoudt. Hoe hard het is en hoeveel ik ook van haar houd, de sport staat op één. Ik weet van mezelf dat ik zo moet denken, omdat ik anders niet ga halen wat ik wil halen. Ik ben niet zo opgevoed, maar ik moet soms egoïstisch denken, voor mezelf kiezen. Daardoor verlies je ook vrienden. De een begrijpt het, de ander niet. Maar je krijgt er ook weer vrienden in de sport bij.”

Ik heb er veel plezier in en daarom probeer ik jongeren met een beperking ook aan te sporen om deze sport te gaan doen. Ik wil anderen enthousiasmeren. 

 

Tekst: Eddy Veerman