Paralympische sport krijgt aandacht, maar vooral rond de Spelen
Tijdens de Paralympische Spelen is paralympische sport zichtbaar. Wedstrijden worden uitgezonden, sporters komen in het nieuws en medailles krijgen aandacht. Maar wat gebeurt er met die aandacht als de Spelen voorbij zijn? Paralympisch skiër Niels de Langen ziet dat de belangstelling vooral rond de Spelen groot is. Daarbuiten wordt het volgens hem al snel stil.
Auteur: Puck van Westerloo
“Twee weken ervoor, twee weken erna. En in de tussentijd krijgen wij gewoon 0,0 aandacht.” Voor paralympisch skiër Niels de Langen is het verschil duidelijk. De zitskiër won op de Paralympische Winterspelen van 2026 twee keer zilver en één keer brons.
Tijdens de Paralympische Spelen kijkt Nederland mee. Mensen volgen de wedstrijden, zien de medailles en leren sporters kennen. Maar buiten die korte periode is de aandacht volgens hem een stuk kleiner. De discussie over media-aandacht voor paralympische sport gaat breder dan één sporter of één toernooi. Het gaat over de vraag hoe vaak paralympische sport zichtbaar is, wie daarover vertelt en wat dat betekent voor sporters, sponsoren en nieuwe sporters met een beperking.
Aandacht tijdens de Spelen
Tijdens de Paralympische Winterspelen van 2026 was er wel degelijk aandacht. De NOS kondigde vooraf aan dagelijks verslag te doen. Op televisie was er elke dag een programma van 25 minuten op NPO 1 en NPO 1 Extra. Online waren er livestreams, waaronder alle wedstrijden met Nederlandse deelnemers.
Na afloop deelde de NOS cijfers over het bereik. In totaal keken 2,3 miljoen mensen minimaal één minuut naar de Paralympische programma’s op NPO 1. Via NOS.nl en de NOS-app werd de content over de Paralympische Winterspelen ruim 800.000 keer bezocht. De livestreams werden samen ruim 580.000 keer gestart. De best bekeken stream was die van het alpineskiën op zaterdag 7 maart. Op die dag won De Langen zilver op de afdaling. Dat was de eerste Nederlandse medaille op die Spelen.
Toch laten cijfers van de NOS ook zien hoe groot het verschil met de Olympische Winterspelen is. Volgens de NOS keken in de eerste tien dagen ongeveer 11,5 miljoen Nederlanders naar de Olympische Winterspelen op NPO 1. Dat was 68,8 procent van de Nederlandse bevolking. Online werd de content over de Olympische Spelen in die eerste tien dagen 32 miljoen keer bezocht en er werden bijna 10 miljoen livestreams gestart. Het meest bekeken moment was de gouden race van Femke Kok op de 500 meter schaatsen, waar 4,7 miljoen mensen naar keken.
De cijfers laten zien dat de Paralympische Spelen publiek trekken, maar op een veel kleinere schaal dan de Olympische Spelen. De vraag is wat dat verschil betekent voor de zichtbaarheid van paralympische sporters. Ook De Langen kreeg mee dat de Paralympische Spelen meer leefden dan eerdere jaren. “Via via kregen wij wel mee dat het meer leeft dan de jaren hiervoor”, vertelt hij.
Als het evenement voorbij is
De aandacht rond de Spelen voelt voor Niels de Langen niet als iets blijvends. Na de Spelen werd hij aangesproken en gefeliciteerd. Dat vond hij mooi. Maar verder merkte hij er naar eigen zeggen weinig van. Volgens De Langen is dat het patroon. Rond de Spelen is er aandacht. In de jaren daarna is die aandacht veel kleiner, terwijl de sport dan gewoon doorgaat. Er zijn wereldbekers, WK’s en andere internationale wedstrijden. Ook daar worden prestaties geleverd.
“We hebben op WK’s successen behaald. In de wereldbekers. In de afgelopen seizoenen hebben we grote successen behaald. En daar komt gewoon niks van in de media. Dus ook niet een klein stukje op de NOS.”
Daarmee zegt De Langen niet dat er tijdens de Paralympische Spelen geen aandacht was. Die was er juist wel. Zijn punt gaat vooral over de periode daarbuiten. Volgens hem merken sporters dat mensen de sport vaak pas leren kennen wanneer die wordt uitgezonden. “Ik krijg zoveel positieve reacties van mensen in mijn directe omgeving en ook daarbuiten. Van: het is zo’n gave sport, waarom zien we het niet meer?”
Niet alleen een gevoel
Dat paralympische sport minder zichtbaar is dan olympische sport, komt ook terug in onderzoek. Het Mulier Instituut onderzocht hoe veertien paralympische topsporters kijken naar gelijkwaardigheid. Uit dat onderzoek blijkt dat de paralympische topsport groeit en steeds meer aandacht krijgt in media, onderzoek en beleid. Toch blijft er volgens het Mulier Instituut een kloof bestaan tussen olympische en paralympische topsport, vooral als het gaat om media-aandacht en bekendheid bij het grote publiek.
De sporters in het onderzoek vinden dat paralympische topsport op dit moment nog niet gelijkwaardig is aan olympische topsport. Daarbij noemen zij onder meer media-aandacht, salaris, sponsorinkomsten en de aandacht van bonden voor paralympische topsport. Meer zichtbaarheid kan volgens de sporters helpen. Niet alleen om fans te bereiken, maar ook om sponsoren en nieuwe sporters aan te trekken. Bekende paralympische sporters kunnen rolmodellen worden. Daardoor kunnen kinderen met een beperking eerder zien welke sportmogelijkheden er zijn. Dat sluit aan bij wat De Langen vertelt over zijn eigen sport. Hij hoopt dat kinderen door zijn prestaties geïnspireerd raken, maar hij ziet ook dat de instroom moeilijk blijft. “Ik hoop dat er misschien met een beetje mazzel een handjevol kinderen is die ik geïnspireerd heb om verder te gaan in de sport. Maar de aanwas ligt een beetje stil.”
Volgens hem ontstaat daardoor een lastige cirkel. Media kiezen vaak voor sporters die al bekend zijn. Maar sporters worden vaak juist bekend doordat media hen laten zien. “Het is een beetje het kip-of-het-ei-verhaal”, zegt De Langen. “We pakken de grootste sporters, maar ja, die hebben ze zelf groot gemaakt.”
Zichtbaarheid en sportdeelname
De vraag naar zichtbaarheid gaat niet alleen over topsport. In de missie Sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend in 2030 staat dat de Paralympische Spelen een belangrijk onderdeel zijn van de ontwikkeling van gehandicaptensport. Op dat wereldpodium kunnen sporters met een beperking zich laten zien met medailles en persoonlijke verhalen. In diezelfde missie staat ook dat er nog uitdagingen zijn. De sportdeelname van mensen met een beperking of chronische aandoening blijft achter bij die van mensen zonder beperking. Ook worden participatiecijfers, financiering en randvoorwaarden genoemd als punten die aandacht vragen.
Ook Nike Boor, directeur van Fonds Gehandicaptensport, legt die link tussen topsport en breedtesport. In een interview voor het Jaarboek Orange Sports Forum 2024 na de Paralympische Spelen van Parijs 2024 zei hij dat de Nederlandse topsport goed presteert, maar dat er in de breedtesport nog veel werk ligt. “Hoewel de topsport floreert, staan veel mensen met een beperking langs de kant. We moeten investeren in een brede basis, want die vormt de garantie voor toekomstige successen.”
Volgens Boor zijn paralympische sporters belangrijke rolmodellen. Hij gelooft in het principe dat “zien sporten doet sporten”. Daarbij benadrukt hij dat niet iedereen met een beperking topsporter hoeft te worden. “We hebben boegbeelden nodig die laten zien wat mogelijk is. Onze ambassadeurs demonstreren dat sport en bewegen fysieke en mentale kracht geven, zonder de druk om topsporter te moeten zijn.”
NOC*NSF noemt in de Paralympische visie van TeamNL dat er volgende stappen nodig zijn. Daarbij gaat het onder meer over duidelijke regels, eerlijke competitie, sport die begrijpelijk uit te leggen is aan het grote publiek en het vergroten van aandacht onder het grote publiek.
Waarom is paralympische sport minder zichtbaar?
Er is niet één simpele reden waarom paralympische sport minder aandacht krijgt. Een verschil is dat de Paralympische Winterspelen uit minder sporten bestaan dan de Olympische Winterspelen.
Jacqueline Van der Linde, hoofd van de snowboardschool van de Bibian Mentel Foundation, legde bij NPO Radio 1 uit dat een sport pas wordt toegelaten als er wereldwijd genoeg landen en atleten zijn die de sport beoefenen. Ook moet er een Europees of continentaal wedstrijdcircuit zijn en een wereldwedstrijdcircuit. Daarnaast zijn sommige paralympische sporten voor het grote publiek minder bekend. In een artikel van Land van Cuijk wordt beschreven dat kijkers de regels vaak minder goed kennen en zich soms extra moeten verdiepen om een wedstrijd goed te volgen.
Dat punt komt ook terug in onderzoek van P. David Howe. Hij schrijft dat uitleg over classificatie vaak ontbreekt in media-aandacht voor paralympische sport. Classificatie is het systeem waarmee sporters worden ingedeeld op basis van hun beperking en de invloed daarvan op hun sportprestatie. Volgens Howe zorgt het ontbreken van die uitleg ervoor dat lezers weinig begrijpen van hoe paralympische sport precies werkt.
Hoe wordt erover verteld?
Bij media-aandacht gaat het niet alleen om de hoeveelheid aandacht. Het gaat ook om de manier waarop over paralympische sporten en sporters wordt geschreven of gesproken. Op de website van de Universiteit Utrecht wordt verwezen naar onderzoek naar de representatie van topsporters met een beperking. Daarin staat dat sporters met een beperking in de media vaak anders worden neergezet dan sporters zonder beperking. Soms ligt de nadruk vooral op de beperking, in plaats van op de sportprestatie. Een sporter zegt in dat artikel: “Vaak begint een nieuwsbericht met mijn beperking, in plaats van wat ik heb bereikt. Het zou veel beter zijn als dit andersom was.”
Ook het onderzoek van Kolotouchkina, Llorente-Barroso, García-Guardia en Pavón in het wetenschappelijke tijdschrift Sustainability gaat over media-aandacht voor paralympische sport. Volgens dat onderzoek is media-aandacht voor mensen met een beperking vaak beperkt en wordt beeldvorming nog regelmatig beïnvloed door stereotypes. In hetzelfde onderzoek staat dat zichtbaarheid en een goede, objectieve representatie belangrijk zijn voor de plek van mensen met een beperking in de publieke ruimte.
De rol van media
De media hebben een dubbele rol. Aan de ene kant kunnen ze sport zichtbaar maken. Aan de andere kant moeten ze keuzes maken: welke wedstrijden krijgen ruimte, welke sporters worden gevolgd en hoeveel uitleg krijgt de kijker of lezer?
Volgens De Langen hoeft meer aandacht niet meteen te betekenen dat alles live op televisie moet komen. Hij noemt geschreven media als een begin. “Ik denk dat het meest basale begin wel is om de ruimte te maken in de geschreven media. De tv en dergelijke, dat wordt lastig.” Hij denkt dat kleinere verhalen tussen de Spelen door al kunnen helpen. “Eigenlijk wat er zou moeten veranderen, is vaker in die vier jaar richting de Spelen meer kleine stukjes. Dat we als Nederland meer zicht erop hebben. Dat we weten wat er gebeurt.”
Ook Boor ziet een belangrijke rol voor media-aandacht. In het interview voor Orange Sport Forum zegt hij dat er meer aandacht is voor gehandicaptensport, maar dat er nog kansen blijven liggen. “Hoewel de media-aandacht groter is dan vier jaar geleden, hadden de Paralympische Spelen meer op tv moeten worden uitgezonden. Meer zendtijd zou een grotere doelgroep hebben bereikt.” Ook sporthistoricus Jurryt van de Vooren noemt zichtbaarheid belangrijk. Tegen EenVandaag zei hij dat de Paralympische Spelen minder aandacht krijgen dan de Olympische Spelen, maar dat het tegelijk organiseren van beide evenementen praktisch moeilijk is. Volgens hem liggen er bij kleinere evenementen wel kansen. Door sporten voor mensen met een beperking een podium te blijven geven, kan de populariteit volgens hem blijven groeien.
Esther Vergeer noemde zichtbaarheid eerder ook een aandachtspunt. In de Parawatcher Podcast zei zij dat paralympische wintersport minder aandacht krijgt dan de Zomerspelen. “Dat is jammer, want de verhalen verdienen het om verteld te worden. Het is belangrijk dat de breedte van de sport te zien is en daar blijven wij ons voor inzetten.” Voor De Langen hangt structurele aandacht samen met de groei van de sport. “Als er structurele aandacht komt, van publieke of commerciële geschreven media, dan gaat het veel meer leven en wordt het ook veel groter. En veel interessanter voor eventuele sponsoren en dergelijke partijen.”
Tijdens de Paralympische Spelen weten veel mensen de sport te vinden. De kijkcijfers en livestreams laten zien dat er belangstelling is wanneer wedstrijden zichtbaar zijn. Maar in de jaren zonder Spelen trainen en presteren paralympische sporters ook. De vraag is wat er met die aandacht gebeurt wanneer de medailles zijn uitgereikt en de camera’s weer op andere sporten staan.